
Jurisprudentie
AZ0099
Datum uitspraak2006-09-05
Datum gepubliceerd2006-10-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersC200201067
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersC200201067
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vaststelling omvang schade na deskundigenbericht
Uitspraak
C0201067/HR
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
achtste kamer, van 5 september 2006,
gewezen in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CA-LA B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante, hierna te noemen CA-LA,
procureur: mr. J.E. Lenglet,
tegen:
[X.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde, hierna te noemen [X.],
procureur: mr. J.E. Benner,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 30 november 2004 in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 9 november 2001 en na tussenarrest van dit hof van 22 juli 2003.
Het verdere verloop van de procedure
In het tussenarrest van 13 september 2005 heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast ter begroting van de schadeposten die in r.o. 11.4 van dat arrest zijn genoemd en rekening houdend met de in het arrest in r.o. 11.5 en 11.6 geformuleerde uitgangspunten en werkwijze.
De benoemde deskundige heeft haar rapport op 2 maart 2006 uitgebracht.
Partijen hebben vervolgens ieder een akte na deskundigenbericht genomen en opnieuw arrest verzocht op de gedingstukken.
14. De verdere beoordeling van het geschil.
14.1. De door het hof benoemde deskundige becijferde de schade die [X.] heeft geleden door verlies aan arbeidsvermogen op € 171.850,-.
Partijen verschilden van mening over de juistheid van dit bedrag, maar hebben beide in hun akte na dat bericht laten weten het verschil van mening te hebben opgelost en overeenstemming te hebben bereikt over een schadevergoeding groot
€ 165.914,- wegens verlies aan arbeidsvermogen. In dat bedrag is blijkens het deskundigenrapport de wettelijke rente begrepen tot 13 januari 2006, zodat deze wordt toegewezen vanaf die datum tot aan de dag waarop de er feitelijk is betaald.
14.2. In voornoemd bedrag is blijkens het rapport (p. 11) begrepen de schade die [X.] kon aantonen terzake voorzieningen die niet vallen onder de AWBZ/WBG. Het eindbedrag van het rapport betreft dan ook niet alleen inkomensschade, zoals partijen in hun aktes klaarblijkelijk per abuis aangeven. Nu partijen overeenstemming hebben bereikt over de vergoeding die [X.] op grond van de schadeberekening volgens het deskundigenrapport toekomt, behoeft dit onderdeel van [X.] vordering geen verdere bespreking.
14.3. De kosten van het bureau Pals ad f. 8.002,33 zijn door [X.] niet gestaafd met een rekening. Niettemin oordeelt het hof het alleszins redelijk dat de kosten van een deskundige rapportage die dient ter vasttelling van de omvang van de schade, voorafgaand aan een gerechtelijke procedure voor vergoeding in aanmerking komen. Gelet op de door [X.] overgelegde brieven van 9 juli 2003 en 6 april 2004 van bureau Pals, oordeelt het hof de stelling van [X.] zonder meer aannemelijk, dat hij bureau Pals pas zal behoeven te betalen wanneer deze post door de verzekeraar van Ca-La zal zijn vergoed. Het hof wijst dit bedrag toe. Het hof merkt hierbij op, dat het om guldens gaat, en niet om euro's zoals vermeld onder punt 8 van de Memorie van Antwoord d.d. 22 maart 2005 van [X.]. Het hof oordeelt dit bedrag, dat overeenkomt met € 3.631,30 toewijsbaar als zijnde redelijke kosten ter vaststelling van schade.
14.4. De door [X.] gemaakte – andere – buitengerechtelijke kosten voorafgaand aan het redigeren van de dagvaarding ad f. 5.578,51 zijn door hem gestaafd met een factuur van zijn advocatenkantoor, voorzien van de geschreven tijd en gehanteerd tarief. Het hof oordeelt deze kosten redelijk en kent ze toe zoals gevorderd. Dit komt overeen met € 2.531,41.
14.5. Het hof zal hierna tevens de toewijzing in haar tussenarrest d.d. 30 november 2004 van 60.100 euro in plaats van guldens verbeteren. Toegewezen had dienen te worden € 27.680,60 terzake immateriële schadevergoeding en vergoeding van schade aan kleding.
14.6. Ca-La zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van [X.], zowel van de eerste aanleg als van het hoger beroep bij de Rechtbank Maastricht en thans bij dit hof. Over de kosten van de cassatie is door de Hoge Raad reeds beslist.
15. De uitspraak
Het hof:
verbetert het tussenarrest dat het hof op 30 november 2004 heeft gewezen, in die zin dat waar in het dictum staat vermeld
“ f. 60.100, - (zegge: zestigduizend en eenhonderd euro”” dient te worden gelezen:
“€ 27.680,60 (zegge: zevenentwintigduizend zeshonderdtachtig euro en zestig eurocent) (overeenkomend met
NLG. 60.100, -)”,
veroordeelt Ca-La tot betaling aan [X.] van:
een bedrag groot € 165.914,- (eenhonderdvijfenzestigduizend negenhonderdenveertien euro) terzake inkomensderving en voorzieningen die niet vallen onder AWBZ/WBG, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 januari 2006 tot aan de dag der voldoening;
een bedrag groot € 6.162,71 (zesduizend eenhonderdtweeënzestig euro en eenenzeventig euro cent) terzake kosten bureau Pals en buitengerechtelijke kosten terzake juridische bijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding in eerste aanleg, 14 augustus 1997, tot aan die der voldoening;
veroordeelt Ca-La in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [X.], welke tot op heden in eerste aanleg en in hoger beroep bij de rechtbank worden vastgesteld op:
€ 374,33 (f. 824,93) terzake verschotten en op
€ 2.037,47 (f 4.490,-) terzake salaris gemachtigde en procureur,
en in hoger beroep bij dit hof op:
€ 5.732,44 (waarin zijn begrepen de reeds door Ca-La voorgeschoten kosten ad € 5.654,88 incl. BTW van het deskundigenrapport) en op € 9.789,- terzake salaris procureur;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. Koster, Waaijers en Spoor en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 5 september 2006.